De soldaat in Kiev

Stationsklok KievNa een lange treinreis kom ik aan op het station van Kiev. Ik wring mij met koffer en rugzak door de mensenmassa. Ook al is het nog vroeg, het moet inmiddels minstens 25°C zijn. Mijn volgende opstapplaats is die van de pendelbus naar het vliegveld, dat aan de andere kant van de stad ligt.

Prooi

Op het moment dat ik het treinstation uit wil lopen, klampen taxichauffeurs mij massaal aan. “Taxi lady,” is het enige Engels wat zij kennen. Ze zijn vervelend opdringerig, als een zwerm vliegen. Toch moeten zij ook eten en als ik het van hun kant bekijk ben ik de ideale prooi: alleen reizende westerse vrouw met koffer. Laat dat nu net een eigenwijze vrouw zijn die zelf haar weg wel vindt.

Althans, zo dacht ik er op dat moment nog over. Ik liep naar de bussen, er zal er vast wel één naar het vliegveld gaan. Een klein probleem daarbij is dat Kiev twee vliegvelden heeft en mijn vliegveld heeft ook nog twee ver uit elkaar liggende terminals. Ik moet dus de bus hebben naar het juiste vliegveld én de juiste terminal.

Russisch

Ik weet inmiddels hoe de naam van het vliegveld er in cyrillisch schrift uitziet. Ik kijk op de bordjes bij de bussen, maar zie niets herkenbaars. Gelukkig brachten mijn zes dagen in Oekraïne mij een beetje Russisch bij. Ik spreek de buschauffeurs aan: ,,Boesa aeroporta?” Hun antwoord bestaat uit enkel hoofdschudden. Ze wijzen naar het treinstation. Zal ik met de trein moeten? Volgens mij klopt dat niet, maar zij zullen het wel weten.

Ik loop het station weer in. De taxichauffeurs hebben in de gaten dat ik zoekende ben. Dat maakt mij een nóg betere prooi. Ik blijf een beleefd ‘njet, spasieba’ mompelen (nee, dank u wel), maar heb ondertussen geen idee hoe ik verder moet.

Soldaat

Dan zie ik hem opeens: de soldaat. Zo’n uit de kluiten gewassen exemplaar waar je zeker geen ruzie mee wilt krijgen. Het geel/blauwe insigne op zijn arm vertelt mij dat hij een Oekraïense soldaat is. Hij loopt wat rond, het lijkt of hij zorgdraagt voor de veiligheid op het station. Ik twijfel of ik hem durf aan te spreken. Het land staat aan de rand van een burgeroorlog en iedereen die ik ken verklaarde me al voor gek dat ik hierheen ging. Om dan ook nog eens in gesprek te gaan met een soldaat, dát vergeven ze me nooit!

Toch stap ik op hem af, want hij zal hier in ieder geval goed de weg weten. ,,Boesa aeroporta?” Hij antwoord in ratelend Russisch en gebaart erbij naar de trap. Mijn Russisch is nu niet meer toereikend, dus ga ik over op het Engels. ,,Upstairs, and then?” Hij begrijpt mij niet en maakt een gebaar door duim en wijsvinger dicht bij elkaar te houden. ,,Ruski?” Of ik een beetje Russisch spreek? Nou ja, drie woorden en ik kan tot tien tellen. Hier schieten we dus niets mee op.

Kikker

Opeens pakt hij mijn koffer uit mijn hand en begint te lopen. Hij gebaart mij hem te volgen. Vervolgens sjouwt hij mijn koffer de talloze trappen van het station op en af, helemaal tot aan de andere kant van het gebouw. Ik wil zeggen dat ik heus zelf mijn koffer wel kan dragen, maar vind het aan de andere kant een ontzettend grappig gezicht. Die enorme Oekraïense soldaat met mijn koffer waaraan een sleutelhanger met een kikker bungelt.

We lopen aan de andere kant van het station naar buiten. De taxichauffeurs laten mij met rust bij het zien van mijn persoonlijke begeleider. De soldaat loopt naar een bus, waarop ik de naam van mijn vliegveld herken. Hè hè, gevonden! Hij geeft mijn koffer aan de chauffeur en gebaart mij in te stappen. ,,Spazieba!” weet ik nog te zeggen.

Hij steekt zijn hand op bij wijze van groet en loopt weg, een gevaarlijke en onzekere tijd tegemoet. Ik vervolg mijn reis naar mijn eigen veilige Holland en kan alleen maar hopen dat deze vriendelijke reus ongeschonden uit de strijd komt.

2 Reacties

  1. Astrid Wagner zegt:
    Weer zo’n heerlijk lekker lezend stuk van jouw. Lees het altijd met plezier. Heel veel succes met alles waar je nog mee bezig bent en ik hoop binnenkort weer zo’n leuk artikel. Heel veel groetjes Astrid Wagner

Geef een reactie

©2013 - 2017 Ester Versloot